Het hele verhaal vind je hier
---//---
Een paar dagen lang kon Diederick op dit gevoel teren, maar helemaal tevreden was hij niet. Hij had weliswaar een punt gescoord, maar het was nog geen gelijk spel, meneer X had nog steeds een voorsprong. Om deze in te halen, moest Diederick zijn oorspronkelijke plan verder vervolgen, zijn eerste punt was eigenlijk een toevalstreffer, een fluke.
En dus zat Diederick een week later om half zeven 's ochtends vroeg te wachten in zijn auto, een eindje verderop in de straat waar meneer X parkeerde. Hij hield hem onopvallend in de gaten. Op precies hetzelfde tijdstip als de vorige week was meneer X aangekomen, zijn vrouw was weer uitgestapt, en nu zat hij zijn krantje te lezen. Meneer X was al wat ouder, een jaar of zestig schatte Diederick. Zijn gedachten dwaalden af. Het feit dat de vrouw blijkbaar het inkomen verzorgde, en dat meneer X als haar chauffeer fungeerde, knaagde vast aan zijn zelfwaarde. Waarschijnlijk een reden waarom hij deze zelfwaarde bij zijn eerste confrontatie met Diederick zo fanatiek verdedigd had. Diederick bespeurde een vlaag van medelijden, maar snel riep hij zichzelf tot de orde. Denk aan de kras, de verf, het rauwe ei, en bovenal denk aan de manier waarop hij je klem heeft gereden en toen ook nog deed alsof hij gelijk had! Het is nu niet het moment om zwak te worden. Diederick rechtte zijn rug. Om tien voor zeven verliet meneer X zijn auto en stapte het kantoorgebouw binnen.
Na ongeveer tien minuten waarin niets gebeurdde, stapte Diederick uit en liep langs de auto, om hem nog eens goed te bekijken. Hij keek naar de plek waar zijn vuist 6 weken geleden op de rand van de motorkap moest zijn geland, en zette een verbaasd gezicht op. Hij had de hele tijd getwijfeld of hij werkelijk een schade van 1500 Euro had kunnen veroorzaken, en of meneer X niet een beetje had gemanipuleerd samen met de taxateur, maar nu verdwenen zijn twijfels. De motorkap met daarin een deuk deed hem nog het meeste denken aan een beddelaken, waar iemand met een zwaai een boek op heeft laten vallen. Hij moest denken aan de uitleg van Albert Einstein over de relativiteitstheorie. Daarin werd de ruimte voorgesteld als een laken, en deze ruimte wordt door de zwaartekracht net zo vervormd als een laken door een bowlingbal. De motorkap leek precies op het vervormde laken. Het was een enorme deuk! Niet erg diep, maar wel mooi breed, zo'n twintig centimeter. Een kunstwerk. Snel maakte hij rechtsomkeerts en stapte terug in zijn eigen auto.
Meneer en mevrouw X kwamen samen uit het gebouw en reden weg, Diederick volgde ze op een afstand. Hij had nog nooit een auto gevolgd, en was voortdurend bang dat ze hem in de gaten zouden krijgen, dan wel dat hij ze kwijt zou raken. Na een rit door de halve stad stopte de auto bij een apotheek. Diederick moest snel ergens in de buurt een plekje vinden zonder op te vallen. Hij bedacht dat het nog beter zou zijn een blokje om te rijden en zo de andere auto van achteren te benaderen. Toen hij dat gedaan had, bleek de auto al weg te zijn. Snel reed hij in de richting waarvan hij vermoedde dat ze waren gegaan, maar tevergeefs. Verdomme, hij was ze kwijt!
Drie weken later werd de zaak geseponeerd, zonder verder commentaar. Blijkbaar waren er geen getuigen gevonden. Uitspraak stond tegen uitspraak; een zaak die niet gewonnen kan worden. Diederick telde de punten van beide partijen bij elkaar op, hield rekening met de grootte van de deuk, en het feit dat meneer X die nu zelf moest betalen. Hij vond dat je nu achteraf toch wel van gelijk spel kon spreken. Misschien zelfs wel van een voordeel. Of dit het einde is van het verhaal? Diederick parkeerde zijn auto voor het eerst sinds twee maanden weer voor de deur en dacht over deze vraag na. We zullen zien.
Posts tonen met het label Verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verhaal. Alle posts tonen
27 oktober 2009
25 oktober 2009
Verhaal, aflevering 7
Hier is een extra lange zondags-aflevering. Veel plezier. Für Neu-Einsteiger: alle afleveringen vind je hier verzameld.
---//---
Een plan was nodig. Het eerste waar hij voor moest zorgen was dat zijn auto geen verdere beschadigingen opliep. Meneer X wist ongeveer waar hij woonde en waar de auto te vinden was, dus daarvoor was maar een oplossing, namelijk de auto ergens anders te parkeren. En wel zo ver weg, dat hij ook met een uitgebreide zoektocht te voet niet te vinden was. De eenvoudigste manier was om de auto voortaan direkt op de carpool-parkeerplaats te parkeren, een paar kilometer verderop, en daar iedere dag met de fiets naartoe te rijden. Hij reed sowieso al met de fiets daarnaartoe als hij zelf niet hoefde te rijden, dus dat was geen grote verandering. Bovendien deed hij zo nog meer voor zijn gezondheid, en zo rationaliseerde zich Diederick over dit ongemak heen.
Om zich te kunnen wreken op meneer X, moest hij hem eerst bespioneren. Hij moest te weten komen waar hij woonde, hoe hij heette, waar hij zijn auto parkeerde, zodat hij het hem op een passende manier betaald kon zetten. Wat de volgende stappen zouden zijn wist hij nu nog niet precies, en dat hoefde hij ook nog niet te weten, het belangrijkste was om nu eerst meer te weten te komen over zijn contrahent. Tot nog wist hij niet meer dan dat deze op een doordeweekse dag samen met zijn vrouw om vijf voor zeven 's morgens door zijn straat was gereden. Waarschijnlijk kwam hij dagelijks door deze buurt, zo had hij de mogelijkheid gehad om Diedericks' auto onder handen te nemen.
Het eerste plan zag er alsvolgt uit: Om zeker te zijn dat hij hem niet zou ontkomen, zou hij extra vroeg opstaan, met de fiets zijn auto ophalen, de auto weer voor de deur parkeren, en in de auto meneer X opwachten. Er bestond een kleine kans dat meneer X zich weer aan zijn auto zou willen vergrijpen, in dat geval kon hij hem op heterdaad betrappen. Daar hij nu uit ervaring wist dat een getuigenbericht van hem alleen niet genoeg zou zijn, zou hij zijn fototoestel meenemen. En om op alles voorbereid te zijn, je wist maar nooit, zou hij ook een groter ijzeren steeksleutel meenemen om zich te kunnen verdedigen. In ieder geval zou meneer X waarschijnlijk door de straat rijden, en Diederick zou hem kunnen volgen, om er zo achter te komen waar hij woonde of werkte.
Hij koos een doordeweekse dag uit waarop hij niet hoefde te werken, zodat hij meer tijd had. Om kwart over vijf stond hij op, liet zijn plannetje nog eens door zijn hoofd gaan om eventuele fouten te ontdekken, en stapte op zijn fiets. De benodigdheden had hij in een plastic zak onopvallend bij zich. Nog moe en een beetje slaapdronken wachtte hij voor het stoplicht bij het grote kruispunt met de stadsring, en keek verveeld naar de voorbijrijdende auto's. Het was kwart voor zes, om deze tijd waren er dat nog niet zoveel. Een auto trok zijn aandacht. Diederick kon zijn ogen niet geloven. Vijf volle seconden staarde hij naar de auto van meneer X die hem op het kruispunt van links tegemoet kwam en voorbijreed. Geen twijfel mogelijk. Het kenteken paste. Zijn vrouw zat weer naast hem. Zo vroeg al?
Diederick was even uit het veld geslagen. Wat nu? Als hij nu verder fietste om zijn auto te halen, dan liep hij gevaar dat hij meneer X kwijtraakte, en de hele aktie nog eens zou moeten herhalen. Na ongeveer een halve minuut erover nagedacht te hebben, keerde hij om en fietste zo snel mogelijk terug naar huis. Met de auto moest je een behoorlijke omweg rijden, dus de kans was groot dat hij met de fiets eerder aan zou komen in zijn straat dan meneer X. Wat hij zou doen als hij hem zou ontdekken wist hij niet, hij handelde nu op instinct.
Enigszins buiten adem kwam hij aan, maar de auto was in geen velden of wegen te bekennen. Diederick dacht koortsachtig na. Dat meneer X hier doordeweeks 's ochtends vroeg met de auto kwam, betekende dat hij op weg was naar zijn werk. Hij of zijn vrouw. Dat betekende ook, dat hij hier ergens in de buurt moest werken. De straat waar Diederick woonde was namelijk diep in de binnenstad, en werd als zodanig weinig gebruikt voor doorgangsverkeer. Hij begon langzaam alle straten in de buurt te doorkruisen op de fiets, en speurde naar de auto van meneer X. Natuurlijk kon het zijn dat deze ondertussen ergens in een parkeergarage stond waar Diederick hem niet kon vinden, maar iets beters schoot hem niet te binnen.
Zo was hij ongeveer een kwartier bezig, toen zijn hart opeens een slag oversloeg. Bingo! Heel opvallend zat meneer X in zijn auto de krant te lezen. De auto stond voor de ingang van een klein kantoorgebouw, precies onder het felle licht van een lantaarnpaal. Diederick fietste aan hem voorbij en richtte een verstolen blik naar binnen. Meneer X had niets in de gaten, en was verdiept in zijn Telegraaf. Diederick fietste de hoek om, stapte af en dacht na. Wat had dit te betekenen? Ging meneer X extra vroeg naar zijn werk, op zoek naar Diedericks' auto, om dan de rest van de tijd te wachten tot hij moest beginnen? Of had hij zijn vrouw weggebracht en wachtte nu tot zij klaar was? Misschien was de vrouw schoonmaakster en moest overal maar een uurtje werken. Als dat zo was, dan kon het nog lang duren voordat Diederick erachter kwam waar meneer X woonde. Ook de mogelijkheid om meneer X' auto onder handen te nemen terwijl die op zijn werk was, bleek nu niet meer te realiseren.
Onzeker wat hij nu moest doen, fietste Diederick langzaam door de woonwijk. Met tussenpozen van 5 minuten fietste hij nog twee keer langs de auto, de situatie veranderde zich niet. Hij besloot de zaak eerst even te laten rusten, en ging bij de bakker naar binnen, waar hij koffie met een broodje bestelde en de zaak voor de zoveelste keer door zijn hoofd liet malen. Na een half uur stond hij op, betaalde en verliet de zaak. Zijn nieuwsgierigheid overmandde hem, en - deze keer te voet - sloeg hij nog een keer de straat in waar hij de auto had zien staan. De auto stond er nog steeds. Diederick naderde de auto van achteren. Hij wilde in het voorbij gaan op het raam bonzen en proberen meneer X angst aan te jagen met de woorden „Ik weet waar je werkt, ik hou je in de gaten“, of woorden van die strekking. Hij was de auto tot op ongeveer vijf meter genaderd, toen hij merkte dat meneer X niet in de auto zat! Dit plannetje, dat sowieso al niet al te sterk was, zou nu dus ook in duigen vallen. Diedericks handen verkrampten in zijn broekzakken, alwaar hij zijn sleutelbos bemerkte. Hij haalde de sleutels uit zijn zak. Schichtig keek hij om zich heen. Niemand te zien. Toen hij direkt langs de auto liep, zette hij zijn autosleutel met de punt op de lak van de deur, drukte stevig aan, en liep langzaam verder. De sleutel veroorzaakte een onverwacht hard krassend geluid, dat zich weerkaatste tussen de huizen in de donkere, lege straat. De huizen leken hem verwijtend aan te kijken. Het geluid leek steeds luider te worden, alsof het nog eens versterkt werd door de echos. Diederick keek zenuwachtig om zich heen. Als er nu iemand voorbijkwam, dan zou hij zich snel uit de voeten moeten maken. Er gebeurde niets. Diederick liep onbemerkt verder en stak zijn sleutels terug in zijn zak. Zijn zenuwen werden langzaam verdrongen door een weldadig gevoel, dat zich in hem uitbreidde. Zijn lichaam ontspande zich vanuit zijn buik in de richting van zijn ledematen. Hij haalde diep adem. Een punt voor Diederick, dacht hij.
---//---
Een plan was nodig. Het eerste waar hij voor moest zorgen was dat zijn auto geen verdere beschadigingen opliep. Meneer X wist ongeveer waar hij woonde en waar de auto te vinden was, dus daarvoor was maar een oplossing, namelijk de auto ergens anders te parkeren. En wel zo ver weg, dat hij ook met een uitgebreide zoektocht te voet niet te vinden was. De eenvoudigste manier was om de auto voortaan direkt op de carpool-parkeerplaats te parkeren, een paar kilometer verderop, en daar iedere dag met de fiets naartoe te rijden. Hij reed sowieso al met de fiets daarnaartoe als hij zelf niet hoefde te rijden, dus dat was geen grote verandering. Bovendien deed hij zo nog meer voor zijn gezondheid, en zo rationaliseerde zich Diederick over dit ongemak heen.
Om zich te kunnen wreken op meneer X, moest hij hem eerst bespioneren. Hij moest te weten komen waar hij woonde, hoe hij heette, waar hij zijn auto parkeerde, zodat hij het hem op een passende manier betaald kon zetten. Wat de volgende stappen zouden zijn wist hij nu nog niet precies, en dat hoefde hij ook nog niet te weten, het belangrijkste was om nu eerst meer te weten te komen over zijn contrahent. Tot nog wist hij niet meer dan dat deze op een doordeweekse dag samen met zijn vrouw om vijf voor zeven 's morgens door zijn straat was gereden. Waarschijnlijk kwam hij dagelijks door deze buurt, zo had hij de mogelijkheid gehad om Diedericks' auto onder handen te nemen.
Het eerste plan zag er alsvolgt uit: Om zeker te zijn dat hij hem niet zou ontkomen, zou hij extra vroeg opstaan, met de fiets zijn auto ophalen, de auto weer voor de deur parkeren, en in de auto meneer X opwachten. Er bestond een kleine kans dat meneer X zich weer aan zijn auto zou willen vergrijpen, in dat geval kon hij hem op heterdaad betrappen. Daar hij nu uit ervaring wist dat een getuigenbericht van hem alleen niet genoeg zou zijn, zou hij zijn fototoestel meenemen. En om op alles voorbereid te zijn, je wist maar nooit, zou hij ook een groter ijzeren steeksleutel meenemen om zich te kunnen verdedigen. In ieder geval zou meneer X waarschijnlijk door de straat rijden, en Diederick zou hem kunnen volgen, om er zo achter te komen waar hij woonde of werkte.
Hij koos een doordeweekse dag uit waarop hij niet hoefde te werken, zodat hij meer tijd had. Om kwart over vijf stond hij op, liet zijn plannetje nog eens door zijn hoofd gaan om eventuele fouten te ontdekken, en stapte op zijn fiets. De benodigdheden had hij in een plastic zak onopvallend bij zich. Nog moe en een beetje slaapdronken wachtte hij voor het stoplicht bij het grote kruispunt met de stadsring, en keek verveeld naar de voorbijrijdende auto's. Het was kwart voor zes, om deze tijd waren er dat nog niet zoveel. Een auto trok zijn aandacht. Diederick kon zijn ogen niet geloven. Vijf volle seconden staarde hij naar de auto van meneer X die hem op het kruispunt van links tegemoet kwam en voorbijreed. Geen twijfel mogelijk. Het kenteken paste. Zijn vrouw zat weer naast hem. Zo vroeg al?
Diederick was even uit het veld geslagen. Wat nu? Als hij nu verder fietste om zijn auto te halen, dan liep hij gevaar dat hij meneer X kwijtraakte, en de hele aktie nog eens zou moeten herhalen. Na ongeveer een halve minuut erover nagedacht te hebben, keerde hij om en fietste zo snel mogelijk terug naar huis. Met de auto moest je een behoorlijke omweg rijden, dus de kans was groot dat hij met de fiets eerder aan zou komen in zijn straat dan meneer X. Wat hij zou doen als hij hem zou ontdekken wist hij niet, hij handelde nu op instinct.
Enigszins buiten adem kwam hij aan, maar de auto was in geen velden of wegen te bekennen. Diederick dacht koortsachtig na. Dat meneer X hier doordeweeks 's ochtends vroeg met de auto kwam, betekende dat hij op weg was naar zijn werk. Hij of zijn vrouw. Dat betekende ook, dat hij hier ergens in de buurt moest werken. De straat waar Diederick woonde was namelijk diep in de binnenstad, en werd als zodanig weinig gebruikt voor doorgangsverkeer. Hij begon langzaam alle straten in de buurt te doorkruisen op de fiets, en speurde naar de auto van meneer X. Natuurlijk kon het zijn dat deze ondertussen ergens in een parkeergarage stond waar Diederick hem niet kon vinden, maar iets beters schoot hem niet te binnen.
Zo was hij ongeveer een kwartier bezig, toen zijn hart opeens een slag oversloeg. Bingo! Heel opvallend zat meneer X in zijn auto de krant te lezen. De auto stond voor de ingang van een klein kantoorgebouw, precies onder het felle licht van een lantaarnpaal. Diederick fietste aan hem voorbij en richtte een verstolen blik naar binnen. Meneer X had niets in de gaten, en was verdiept in zijn Telegraaf. Diederick fietste de hoek om, stapte af en dacht na. Wat had dit te betekenen? Ging meneer X extra vroeg naar zijn werk, op zoek naar Diedericks' auto, om dan de rest van de tijd te wachten tot hij moest beginnen? Of had hij zijn vrouw weggebracht en wachtte nu tot zij klaar was? Misschien was de vrouw schoonmaakster en moest overal maar een uurtje werken. Als dat zo was, dan kon het nog lang duren voordat Diederick erachter kwam waar meneer X woonde. Ook de mogelijkheid om meneer X' auto onder handen te nemen terwijl die op zijn werk was, bleek nu niet meer te realiseren.
Onzeker wat hij nu moest doen, fietste Diederick langzaam door de woonwijk. Met tussenpozen van 5 minuten fietste hij nog twee keer langs de auto, de situatie veranderde zich niet. Hij besloot de zaak eerst even te laten rusten, en ging bij de bakker naar binnen, waar hij koffie met een broodje bestelde en de zaak voor de zoveelste keer door zijn hoofd liet malen. Na een half uur stond hij op, betaalde en verliet de zaak. Zijn nieuwsgierigheid overmandde hem, en - deze keer te voet - sloeg hij nog een keer de straat in waar hij de auto had zien staan. De auto stond er nog steeds. Diederick naderde de auto van achteren. Hij wilde in het voorbij gaan op het raam bonzen en proberen meneer X angst aan te jagen met de woorden „Ik weet waar je werkt, ik hou je in de gaten“, of woorden van die strekking. Hij was de auto tot op ongeveer vijf meter genaderd, toen hij merkte dat meneer X niet in de auto zat! Dit plannetje, dat sowieso al niet al te sterk was, zou nu dus ook in duigen vallen. Diedericks handen verkrampten in zijn broekzakken, alwaar hij zijn sleutelbos bemerkte. Hij haalde de sleutels uit zijn zak. Schichtig keek hij om zich heen. Niemand te zien. Toen hij direkt langs de auto liep, zette hij zijn autosleutel met de punt op de lak van de deur, drukte stevig aan, en liep langzaam verder. De sleutel veroorzaakte een onverwacht hard krassend geluid, dat zich weerkaatste tussen de huizen in de donkere, lege straat. De huizen leken hem verwijtend aan te kijken. Het geluid leek steeds luider te worden, alsof het nog eens versterkt werd door de echos. Diederick keek zenuwachtig om zich heen. Als er nu iemand voorbijkwam, dan zou hij zich snel uit de voeten moeten maken. Er gebeurde niets. Diederick liep onbemerkt verder en stak zijn sleutels terug in zijn zak. Zijn zenuwen werden langzaam verdrongen door een weldadig gevoel, dat zich in hem uitbreidde. Zijn lichaam ontspande zich vanuit zijn buik in de richting van zijn ledematen. Hij haalde diep adem. Een punt voor Diederick, dacht hij.
23 oktober 2009
Verhaal, aflevering 6
Heb geduld. Soms moeten de achtergronden belicht worden, voordat het eigenlijke verhaal op gang komt. In deze aflevering is het zover. Hier vind je de overige afleveringen.
---//---
Verschillende mogelijkheden verschenen voor zijn geestesoog:
1 Het formulier alleen maar invullen met persoonlijke gegevens, zonder überhaupt een uitspraak te doen over het voorval. Dat hoefde hij namelijk als beschuldigde niet. En dan eerst maar afwachten wat er verder gebeurt.
2 Akkoord gaan met het voorstel om de aanklacht te laten intrekken tegen een geldboete. Dat stond voor de verzekering gelijk met een schuldbekentenis, en dus moest hij dan zeker de schadevergoeding van 1500 Euro betalen. Op zich gaf het hem een zekere voldoening deze schade veroorzaakt te hebben met een enkele slag. Deze strategie had het voordeel dat hij het snelste overal vanaf was en geen zenuwen en energie aan een slepende zaak zou moeten spenderen.
3 Alles glashard ontkennen. Per slot van rekening had hij hier te maken met een eigenwijze, zelfingenomen, onuitstaanbare, burgerlijke hufter die hem had geprovoceerd. Als Diederick daarmee weg kwam, dan was de schade de verdiende loon voor meneer X. Het risico daarbij was dat hij niet wist of er misschien getuigen geweest waren. Dan zou hij na een slopende rechtszaak toch nog de schade moeten betalen, plus de eventuele proceskosten. Dat kon nog een dure grap worden.
Hoewel Diederick zich erop roemde een scherp verstand te bezitten, kon hij toch de gevolgen van de verschillende mogelijkheden niet overzien en besloot professionele hulp te roepen in de vorm van een bevriende advocaat. Een goede zet. De advocaat, een oude kennis uit zijn studententijd, schreef snel een brief naar de politie waarin hij uiteenzette de belangen van Diederick te behartigen en inzage in het dossier verlangde, zodat hij de beschuldiging kon onderzoeken. Als prive-persoon kon Diederick namelijk het dossier niet krijgen. "Zolang als ik je vertegenwoordig, houd jij je mond en schrijft absoluut niets aan de politie. Alles loopt nu via mij.", drukte zijn advocaat hem op het hart. Zo gezegd zo gedaan. Diederick voelde zich al wat meer op zijn gemak, hij had nu niet meer het gevoel met lege handen ten strijde te trekken. Het dossier van de politie liet op zich wachten, de politie had het onderzoek nog niet afgesloten.
Diederick wiegde zich al langzaam in zekerheid, totdat hij twee weken later ontdekte dat zijn auto was ondergespoten met een verf-spuitbus. Godverdomme, lelijke dikke blauwe strepen over de ruiten en de deuren! Een snelle blik leerde dat de andere auto's naast de zijne niet onder handen waren genomen, dit was dus een gerichte aanval! Theoretisch kon het natuurlijk toeval zijn, maar de kans dat meneer X hier aan het werk was geweest, schatte Diederick toch wel boven de 50 procent in. Bij de aangifte leerde Diederick dat hij niet zomaar iemand kon beschuldigen zonder iets gezien te hebben, dat stond gelijk aan laster. Tegen zijn verwachting in kon de verf nog goed verwijderd worden in de garage, zodat Diederick het voorval in de geheugen-lade met het opschrift "Kan gebeuren, risico van het vak" opsloeg. Misschien moest meneer X zijn woede bekoelen, en had dat nu gedaan. Zand erover.
Niet dus. Een week later vond Diederick zijn geliefde auto besmeurd met een rauw ei. Niet te geloven, en weer was zijn auto de enige. Diederick moest er eigenlijk een beetje om lachen. Blijkbaar was meneer X wel heel erg bezig met de zaak, en sloop 's nachts in de rondte om zich te wreken. Diederick besloot van de gelegenheid gebruik te maken om de auto naar de wasserij te brengen en hem meteen grondig van binnen en van buiten te poetsen.
Dat had hij misschien beter niet kunnen doen. De nog steeds onbeschadigde auto van Diederick, die nu ook nog stond te glimmen in het zonlicht, moest wel een doorn in het oog zijn van meneer X. Hoe anders was het te verklaren dat weer een week later een gemene diepe kras in de zijdeur was verschenen?
Diederick's nekharen gingen overeind staan. Dit was niet leuk meer. Nu is het genoeg, dacht hij. Als je het zo wilt spelen, dan doe ik mee. Op een vreemde manier speelde zijn zenuwen hem nu geen parten meer. In tegenstelling tot de brieven van de politie was dit een strijd met open vizier, hier had hij wel een paar ideen hoe hij zich moest verdedigen.
---//---
Verschillende mogelijkheden verschenen voor zijn geestesoog:
1 Het formulier alleen maar invullen met persoonlijke gegevens, zonder überhaupt een uitspraak te doen over het voorval. Dat hoefde hij namelijk als beschuldigde niet. En dan eerst maar afwachten wat er verder gebeurt.
2 Akkoord gaan met het voorstel om de aanklacht te laten intrekken tegen een geldboete. Dat stond voor de verzekering gelijk met een schuldbekentenis, en dus moest hij dan zeker de schadevergoeding van 1500 Euro betalen. Op zich gaf het hem een zekere voldoening deze schade veroorzaakt te hebben met een enkele slag. Deze strategie had het voordeel dat hij het snelste overal vanaf was en geen zenuwen en energie aan een slepende zaak zou moeten spenderen.
3 Alles glashard ontkennen. Per slot van rekening had hij hier te maken met een eigenwijze, zelfingenomen, onuitstaanbare, burgerlijke hufter die hem had geprovoceerd. Als Diederick daarmee weg kwam, dan was de schade de verdiende loon voor meneer X. Het risico daarbij was dat hij niet wist of er misschien getuigen geweest waren. Dan zou hij na een slopende rechtszaak toch nog de schade moeten betalen, plus de eventuele proceskosten. Dat kon nog een dure grap worden.
Hoewel Diederick zich erop roemde een scherp verstand te bezitten, kon hij toch de gevolgen van de verschillende mogelijkheden niet overzien en besloot professionele hulp te roepen in de vorm van een bevriende advocaat. Een goede zet. De advocaat, een oude kennis uit zijn studententijd, schreef snel een brief naar de politie waarin hij uiteenzette de belangen van Diederick te behartigen en inzage in het dossier verlangde, zodat hij de beschuldiging kon onderzoeken. Als prive-persoon kon Diederick namelijk het dossier niet krijgen. "Zolang als ik je vertegenwoordig, houd jij je mond en schrijft absoluut niets aan de politie. Alles loopt nu via mij.", drukte zijn advocaat hem op het hart. Zo gezegd zo gedaan. Diederick voelde zich al wat meer op zijn gemak, hij had nu niet meer het gevoel met lege handen ten strijde te trekken. Het dossier van de politie liet op zich wachten, de politie had het onderzoek nog niet afgesloten.
Diederick wiegde zich al langzaam in zekerheid, totdat hij twee weken later ontdekte dat zijn auto was ondergespoten met een verf-spuitbus. Godverdomme, lelijke dikke blauwe strepen over de ruiten en de deuren! Een snelle blik leerde dat de andere auto's naast de zijne niet onder handen waren genomen, dit was dus een gerichte aanval! Theoretisch kon het natuurlijk toeval zijn, maar de kans dat meneer X hier aan het werk was geweest, schatte Diederick toch wel boven de 50 procent in. Bij de aangifte leerde Diederick dat hij niet zomaar iemand kon beschuldigen zonder iets gezien te hebben, dat stond gelijk aan laster. Tegen zijn verwachting in kon de verf nog goed verwijderd worden in de garage, zodat Diederick het voorval in de geheugen-lade met het opschrift "Kan gebeuren, risico van het vak" opsloeg. Misschien moest meneer X zijn woede bekoelen, en had dat nu gedaan. Zand erover.
Niet dus. Een week later vond Diederick zijn geliefde auto besmeurd met een rauw ei. Niet te geloven, en weer was zijn auto de enige. Diederick moest er eigenlijk een beetje om lachen. Blijkbaar was meneer X wel heel erg bezig met de zaak, en sloop 's nachts in de rondte om zich te wreken. Diederick besloot van de gelegenheid gebruik te maken om de auto naar de wasserij te brengen en hem meteen grondig van binnen en van buiten te poetsen.
Dat had hij misschien beter niet kunnen doen. De nog steeds onbeschadigde auto van Diederick, die nu ook nog stond te glimmen in het zonlicht, moest wel een doorn in het oog zijn van meneer X. Hoe anders was het te verklaren dat weer een week later een gemene diepe kras in de zijdeur was verschenen?
Diederick's nekharen gingen overeind staan. Dit was niet leuk meer. Nu is het genoeg, dacht hij. Als je het zo wilt spelen, dan doe ik mee. Op een vreemde manier speelde zijn zenuwen hem nu geen parten meer. In tegenstelling tot de brieven van de politie was dit een strijd met open vizier, hier had hij wel een paar ideen hoe hij zich moest verdedigen.
21 oktober 2009
Verhaal, aflevering 5.
Voor de vorige afleveringen, kijk in het lijstje met onderwerpen rechts van dit blog bij "verhaal", daar staan alle afleveringen verzameld.
----//----
De traditie wil dat de lezer in een verhaal iets te weten komt over de hoofdpersoon. Ik moet toegeven dat het in dit verhaal daaraan schort. Onze hoofdpersoon heeft nog niet eens een naam! Mij persoonlijk storen onnodige details zeer in verhalen, en daarom krijgt u die van mij ook niet te horen. Waar werkt hij, is hij gelukkig getrouwd, had hij een gelukkige jeugd, is hij lid van verenigingen, doet hij aan sport, ALLES UNWICHTIG! Een klein compromis wil ik maken, omdat deze kleinigheid het werk voor mijzelf makkelijker maakt. Ik zal de hoofdpersoon een naam geven. De naam moet bij het karakter passen. Het karakter is zo dat onze hoofdpersoon niet helemaal met zichzelf en de wereld in het reine is. Hij is enigszins naief maar ook pedant, en soms verliest hij zijn zelfbeheersing. Ik noem hem Diederick.
De daaropvolgende dagen gingen voor Diederick zonder noemenswaardige incidenten voorbij. Hij had zijn vrouw van het voorval verteld en samen hadden ze zich lekker geergerd over de koppigheid van sommige mensen. "Als je dus een dezer dagen een brief van de politie in de bus vindt, dan weet je waar het over gaat", schertste hij. Drie dagen later was het geen scherts meer, toen zijn vrouw hem bij thuiskomst de nog ongeopende brief van de politie overhandigde. Meteen schakelde zijn lichaam weer in alarmtoestand, en met licht tintelende handen opende hij de brief.
Het was een proces-verbaal, met daarin de aanklacht tegen Diederick, dat hij de betreffende auto had beschadigd. "Waarom heeft U op 5 januari op de auto met het kenteken xx-xx-xx geslagen en een schade van 1500 Euro veroorzaakt?", stond als vraag onderaan de brief. Bijgevoegd was een formulier met - heel gebruikersvriendelijk - een paar multiple choice antwoorden die hij mocht aankruisen. Een van de antwoorden luidde: "Ik ga ermee akkoord dat de aanklacht wordt ingetrokken tegen betaling van een boete". Daar schuilde waarschijnlijk een addertje onder het gras. Het klonk op het eerste gezicht aantrekkelijk, geen aanklacht betekent ook geen proces en geen vervolging. Maar daarmee bekende hij wel schuld en zette de deur open voor schadevergoedingen van meneer X. (Net zoals we Diederick gedoopt hebben, is het ook handig zijn tegenstander een naam te geven. Daar Diederick diens naam echter nog niet kent, noemen we hem zolang meneer X.). Diederick krabde zich op zijn achterhoofd.
----//----
De traditie wil dat de lezer in een verhaal iets te weten komt over de hoofdpersoon. Ik moet toegeven dat het in dit verhaal daaraan schort. Onze hoofdpersoon heeft nog niet eens een naam! Mij persoonlijk storen onnodige details zeer in verhalen, en daarom krijgt u die van mij ook niet te horen. Waar werkt hij, is hij gelukkig getrouwd, had hij een gelukkige jeugd, is hij lid van verenigingen, doet hij aan sport, ALLES UNWICHTIG! Een klein compromis wil ik maken, omdat deze kleinigheid het werk voor mijzelf makkelijker maakt. Ik zal de hoofdpersoon een naam geven. De naam moet bij het karakter passen. Het karakter is zo dat onze hoofdpersoon niet helemaal met zichzelf en de wereld in het reine is. Hij is enigszins naief maar ook pedant, en soms verliest hij zijn zelfbeheersing. Ik noem hem Diederick.
De daaropvolgende dagen gingen voor Diederick zonder noemenswaardige incidenten voorbij. Hij had zijn vrouw van het voorval verteld en samen hadden ze zich lekker geergerd over de koppigheid van sommige mensen. "Als je dus een dezer dagen een brief van de politie in de bus vindt, dan weet je waar het over gaat", schertste hij. Drie dagen later was het geen scherts meer, toen zijn vrouw hem bij thuiskomst de nog ongeopende brief van de politie overhandigde. Meteen schakelde zijn lichaam weer in alarmtoestand, en met licht tintelende handen opende hij de brief.
Het was een proces-verbaal, met daarin de aanklacht tegen Diederick, dat hij de betreffende auto had beschadigd. "Waarom heeft U op 5 januari op de auto met het kenteken xx-xx-xx geslagen en een schade van 1500 Euro veroorzaakt?", stond als vraag onderaan de brief. Bijgevoegd was een formulier met - heel gebruikersvriendelijk - een paar multiple choice antwoorden die hij mocht aankruisen. Een van de antwoorden luidde: "Ik ga ermee akkoord dat de aanklacht wordt ingetrokken tegen betaling van een boete". Daar schuilde waarschijnlijk een addertje onder het gras. Het klonk op het eerste gezicht aantrekkelijk, geen aanklacht betekent ook geen proces en geen vervolging. Maar daarmee bekende hij wel schuld en zette de deur open voor schadevergoedingen van meneer X. (Net zoals we Diederick gedoopt hebben, is het ook handig zijn tegenstander een naam te geven. Daar Diederick diens naam echter nog niet kent, noemen we hem zolang meneer X.). Diederick krabde zich op zijn achterhoofd.
12 oktober 2009
Verhaal, aflevering 4
Voor de vorige afleveringen, kijk in het lijstje met onderwerpen rechts van dit blog bij "verhaal", daar staan alle afleveringen verzameld.
----//----
Nu de opwinding langzaam aan het zakken was en de nevel-flarden in zijn geest optrokken, werd de herinnering duidelijker: hij had inderdaad met volle kracht zijn frustratie losgelaten op de motorkap van de auto. Dit besef maakte een lawine aan andere gedachtes los. Had hij de auto daarbij beschadigd en zo ja, hoe erg? De man had zijn telefoon al getrokken toen hij aan hem voorbijreed, had hij de politie laten komen? Had hij zijn kenteken opgenomen? Waren er getuigen geweest? Hoe strafbaar is het om iemands auto te beschadigen? Wordt iets dergelijks in je strafblad genoteerd? Krijg je moeilijkheden met sollicitaties als je in je strafblad hebt staan dat je materiële schade hebt veroorzaakt?
Gisteren had hij zich nog enigszins voldaan gevoeld na zijn behendige uitwijkmanoeuvre over de stoep, maar nu kwamen er alweer twijfels bij hem op. Hij stond op, rekte zich uit en probeerde de gedachtes van zich af te schudden. Het had geen zin om zich nu al zorgen te maken over dingen waarvan hij niet wist of ze überhaupt zouden gebeuren. Hij moest eerst maar gewoon doorgaan met zijn dagelijkse beslommeringen, en als er daadwerkelijk een aanklacht zou komen, dan had hij nog tijd genoeg om zich daar zorgen over te maken.
----//----
Nu de opwinding langzaam aan het zakken was en de nevel-flarden in zijn geest optrokken, werd de herinnering duidelijker: hij had inderdaad met volle kracht zijn frustratie losgelaten op de motorkap van de auto. Dit besef maakte een lawine aan andere gedachtes los. Had hij de auto daarbij beschadigd en zo ja, hoe erg? De man had zijn telefoon al getrokken toen hij aan hem voorbijreed, had hij de politie laten komen? Had hij zijn kenteken opgenomen? Waren er getuigen geweest? Hoe strafbaar is het om iemands auto te beschadigen? Wordt iets dergelijks in je strafblad genoteerd? Krijg je moeilijkheden met sollicitaties als je in je strafblad hebt staan dat je materiële schade hebt veroorzaakt?
Gisteren had hij zich nog enigszins voldaan gevoeld na zijn behendige uitwijkmanoeuvre over de stoep, maar nu kwamen er alweer twijfels bij hem op. Hij stond op, rekte zich uit en probeerde de gedachtes van zich af te schudden. Het had geen zin om zich nu al zorgen te maken over dingen waarvan hij niet wist of ze überhaupt zouden gebeuren. Hij moest eerst maar gewoon doorgaan met zijn dagelijkse beslommeringen, en als er daadwerkelijk een aanklacht zou komen, dan had hij nog tijd genoeg om zich daar zorgen over te maken.
7 oktober 2009
Verhaal, aflevering 3
Voor de vorige afleveringen, kijk in het lijstje met onderwerpen rechts van dit blog bij "verhaal", daar staan alle afleveringen verzameld.
----//----
In zoverre was alles goed afgelopen. Maar als die man nu eens zijn kenteken opgenomen had en de politie had gehaald? Zelf was hij gewend om voor kleine akkefietjes niet meteen naar de politie te lopen, een overblijfsel uit zijn jeugd. Vetes worden onderling uitgevochten, alleen slappelingen halen de ouders of de meester erbij, of in dit geval de politie. De meneer in de andere auto had echter niet de indruk gewekt dat hij zich door zulke morele bezwaren zou laten weerhouden. Weer ging hij in gedachten terug naar het strijdgesprek. Ware gebeurtenissen en gewelddadige fantasieen liepen door elkaar in zijn hoofd. Hij had zich voorgesteld dat hij de man door het open raam een vuistslag in het gezicht had gegeven, dat hij hem aan zijn hoofd een stuk door het raam naar buiten had getrokken en met zijn gezicht op de rand van het open raam sloeg, en daarna had hij zich voorgesteld dat hij bij het weglopen met de vuist op de rand van de auto had geslagen. Of had hij dat laatste werkelijk gedaan? Was de opwinding zo hoog opgelopen dat hij de herinnering verdrongen had en zich nu inbeeldde het ingebeeld te hebben? Hij voelde aan zijn hand. Een beetje stijf. Mmmhh.
----//----
In zoverre was alles goed afgelopen. Maar als die man nu eens zijn kenteken opgenomen had en de politie had gehaald? Zelf was hij gewend om voor kleine akkefietjes niet meteen naar de politie te lopen, een overblijfsel uit zijn jeugd. Vetes worden onderling uitgevochten, alleen slappelingen halen de ouders of de meester erbij, of in dit geval de politie. De meneer in de andere auto had echter niet de indruk gewekt dat hij zich door zulke morele bezwaren zou laten weerhouden. Weer ging hij in gedachten terug naar het strijdgesprek. Ware gebeurtenissen en gewelddadige fantasieen liepen door elkaar in zijn hoofd. Hij had zich voorgesteld dat hij de man door het open raam een vuistslag in het gezicht had gegeven, dat hij hem aan zijn hoofd een stuk door het raam naar buiten had getrokken en met zijn gezicht op de rand van het open raam sloeg, en daarna had hij zich voorgesteld dat hij bij het weglopen met de vuist op de rand van de auto had geslagen. Of had hij dat laatste werkelijk gedaan? Was de opwinding zo hoog opgelopen dat hij de herinnering verdrongen had en zich nu inbeeldde het ingebeeld te hebben? Hij voelde aan zijn hand. Een beetje stijf. Mmmhh.
25 september 2009
Verhaal, aflevering 2
Voor aflevering 1, zie hier, of kijk in het lijstje met onderwerpen rechts van dit blog bij "verhaal", daar staan alle afleveringen verzameld.
----//----
Verhaal, aflevering 2
Hij dronk de koffie te gulzig, en het zwarte goedje brandde in zijn keel. Zijn handen trilden licht. Hij liet de gebeurtenissen van de vorige dag nog eens de revue passeren.
's Ochtends tien voor zeven. Hij was al vrij laat, maar als hij zich haastte dan kon hij nog op tijd komen bij zijn collega's van de carpool. Hij stapte in de auto en startte de motor. Om tijd te sparen besloot hij, zoals hij wel vaker deed, niet vanaf de parkeerplaats rechtdoor te rijden en de omweg om het huizenblok te nemen, maar de auto te keren. De straat in de Amsterdamse binnenstad was erg smal, maar hij wist dat het met twee keer heen en weer steken ging. Toen hij de auto net van de parkeerplaats had gedraaid om de eerste keer achteruit te steken, zag hij in de zijspiegel een auto de de hoek om komen, zijn straat in. Als hij snel genoeg was, dan zou hij de manoeuvre redden zonder dat de andere chauffeur moest wachten. Helaas, de koude motor die al een dagje ouder was, sloeg af. Met veel gas en slippende koppeling, al enigszins opgewonden, draaide hij de auto verder heen en weer. Groot was zijn verbazing toen hij merkte dat op het moment dat hij de auto zo ver gedraaid had dat hij eigenlijk de goede kant op kon rijden, de andere chauffeur hem zo dicht genaderd was, dat de weg geblokkeerd was. Langzaam drong het tot hem door dat deze autorijder met opzet zover was doorgereden en zijn wagen midden op de straat gepositioneerd had, om hem te dwingen terug te rijden en plaats te maken.
Van uit zijn maag borrelden de woede-prikkels langzaam omhoog en bereikten zijn onderarmen, die licht begonnen te tintelen. Hij probeerde met de kracht van zijn wil deze impulsen te onderdrukken en zijn lichaam onder controle te houden. Hij telde tot drie, verzamelde zijn gedachten en stapte uit.
Hij: "Goede morgen."
Man in de andere auto (M.a.a.): "Goede morgen."
Hij: "Als U een paar meter terug rijdt, dan kan ik er langs en dan kunnen we allebei verder."
M.a.a.: "Ik denk er niet aan. U had op mij moeten wachten met keren totdat ik voorbij ben. Ik heb voorrang".
Hij: "Dat klopt niet helemaal. Ik was al aan het keren toen u de straat in kwam. En toen bent u expres zover doorgereden, dat ik niet meer weg kom."
M.a.a.: "Dan had u maar moeten wachten. Ik ga hier niet weg."
Hij: "U hoeft werkelijk alleen maar twee of drie meter terug, en dan is er niets aan de hand. Ik kan niet zo makkelijk terug, dan moet ik weer helemaal heen en weer."
M.a.a.: "..." Schudt nog eens van nee.
Hij liep terug naar zijn auto en riep: "Dan blijf ik hier staan, ik heb de tijd.", wat zoals we weten een lege bluf was, want hij had helemaal geen tijd meer.
Ongeveer een halve minuut hield hij het vol in de auto te zitten, toen stapte hij weer uit en liep naar zijn tegenstander. De tegenstander was een man van ongeveer vijftig jaar, een burgerlijk type met een zonnebril en een Telegraaf-krant op zijn dasboard. Naast hem zat zijn vrouw. De conversatie zakte langzaam af van het beleefde niveau naar een scheldpartij over en weer, en onze hoofdpersoon voelde dat de door de woede geinduceerde adrenaline-stromen in zijn lichaam zich steeds slechter lieten beheersen. In de loop van het 'gesprek' stapte de vrouw uit, zij wilde er niet langer bij zijn, en liep de straat uit. Hij kon zich nog in zoverre beheersen dat hij de opgestouwde woede niet direkt aan zijn tegenstander uitliet, daar voor in de plaats liep hij naar de voorkant van diens auto en stelde zich voor hoe hij een loeiharde vuistslag op de motorkap plaatste. Hij moest hier weg zonder een nederlaag te lijden, het maakte niet hoe. Toen realiseerde hij zich dat er naast de weg, via de stoep misschien nog genoeg ruimte was. Hij besloot het erop te wagen, en reed met veel gas over de stoep rakelings langs de andere auto. Het bleek te passen.
Wordt vervolgd.
----//----
Verhaal, aflevering 2
Hij dronk de koffie te gulzig, en het zwarte goedje brandde in zijn keel. Zijn handen trilden licht. Hij liet de gebeurtenissen van de vorige dag nog eens de revue passeren.
's Ochtends tien voor zeven. Hij was al vrij laat, maar als hij zich haastte dan kon hij nog op tijd komen bij zijn collega's van de carpool. Hij stapte in de auto en startte de motor. Om tijd te sparen besloot hij, zoals hij wel vaker deed, niet vanaf de parkeerplaats rechtdoor te rijden en de omweg om het huizenblok te nemen, maar de auto te keren. De straat in de Amsterdamse binnenstad was erg smal, maar hij wist dat het met twee keer heen en weer steken ging. Toen hij de auto net van de parkeerplaats had gedraaid om de eerste keer achteruit te steken, zag hij in de zijspiegel een auto de de hoek om komen, zijn straat in. Als hij snel genoeg was, dan zou hij de manoeuvre redden zonder dat de andere chauffeur moest wachten. Helaas, de koude motor die al een dagje ouder was, sloeg af. Met veel gas en slippende koppeling, al enigszins opgewonden, draaide hij de auto verder heen en weer. Groot was zijn verbazing toen hij merkte dat op het moment dat hij de auto zo ver gedraaid had dat hij eigenlijk de goede kant op kon rijden, de andere chauffeur hem zo dicht genaderd was, dat de weg geblokkeerd was. Langzaam drong het tot hem door dat deze autorijder met opzet zover was doorgereden en zijn wagen midden op de straat gepositioneerd had, om hem te dwingen terug te rijden en plaats te maken.
Van uit zijn maag borrelden de woede-prikkels langzaam omhoog en bereikten zijn onderarmen, die licht begonnen te tintelen. Hij probeerde met de kracht van zijn wil deze impulsen te onderdrukken en zijn lichaam onder controle te houden. Hij telde tot drie, verzamelde zijn gedachten en stapte uit.
Hij: "Goede morgen."
Man in de andere auto (M.a.a.): "Goede morgen."
Hij: "Als U een paar meter terug rijdt, dan kan ik er langs en dan kunnen we allebei verder."
M.a.a.: "Ik denk er niet aan. U had op mij moeten wachten met keren totdat ik voorbij ben. Ik heb voorrang".
Hij: "Dat klopt niet helemaal. Ik was al aan het keren toen u de straat in kwam. En toen bent u expres zover doorgereden, dat ik niet meer weg kom."
M.a.a.: "Dan had u maar moeten wachten. Ik ga hier niet weg."
Hij: "U hoeft werkelijk alleen maar twee of drie meter terug, en dan is er niets aan de hand. Ik kan niet zo makkelijk terug, dan moet ik weer helemaal heen en weer."
M.a.a.: "..." Schudt nog eens van nee.
Hij liep terug naar zijn auto en riep: "Dan blijf ik hier staan, ik heb de tijd.", wat zoals we weten een lege bluf was, want hij had helemaal geen tijd meer.
Ongeveer een halve minuut hield hij het vol in de auto te zitten, toen stapte hij weer uit en liep naar zijn tegenstander. De tegenstander was een man van ongeveer vijftig jaar, een burgerlijk type met een zonnebril en een Telegraaf-krant op zijn dasboard. Naast hem zat zijn vrouw. De conversatie zakte langzaam af van het beleefde niveau naar een scheldpartij over en weer, en onze hoofdpersoon voelde dat de door de woede geinduceerde adrenaline-stromen in zijn lichaam zich steeds slechter lieten beheersen. In de loop van het 'gesprek' stapte de vrouw uit, zij wilde er niet langer bij zijn, en liep de straat uit. Hij kon zich nog in zoverre beheersen dat hij de opgestouwde woede niet direkt aan zijn tegenstander uitliet, daar voor in de plaats liep hij naar de voorkant van diens auto en stelde zich voor hoe hij een loeiharde vuistslag op de motorkap plaatste. Hij moest hier weg zonder een nederlaag te lijden, het maakte niet hoe. Toen realiseerde hij zich dat er naast de weg, via de stoep misschien nog genoeg ruimte was. Hij besloot het erop te wagen, en reed met veel gas over de stoep rakelings langs de andere auto. Het bleek te passen.
Wordt vervolgd.
11 september 2009
Verhaal, aflevering 1
Het is niet makkelijk om een verhaal kompleet te verzinnen. Als ik het probeer, dan kan er het onderstaande bij uitkomen. Helemaal uit de lucht gegrepen is het niet, zoals je zult merken.
---//---
Hij was al wakker, maar hij kon nog niet opstaan. Vandaag hoefde hij niet te werken, en alles wat hij eventueel zou kunnen doen op deze vrije dag kon ook nog later gedaan worden. Hij bevond zich nog half in de verlamming die hij soms voelde in zijn slaap, en de wil om die te doorbreken was nog niet sterk genoeg.
Zijn gedachten zwierven doelloos in het rond. De scenes van de vorige dag doken ongevraagd op in zijn hoofd, gemengd met flarden van dromen en zinlose gedachtensprongen.
Waarom had hij zijn zelfbeheersing verloren bij de ruzie van gisteren? Had hij niet een betere oplossing kunnen bedenken, een opmerking kunnen verzinnen die de situatie met een sisser had doen aflopen? Verschillende mogelijkheden doemden op, maar geen enkele was tevredenstellend. Vaak schiet je achteraf het reddende idee te binnen, maar deze keer niet. Er scheen geen oplossing voor te bestaan, anders dan af te druipen of halsstarig te zijn.
De gedachte aan koffie monterde hem enigszins op. Hij zwaaide zijn benen uit bed en stond voorzichtig op. Zijn lichaam, dat de helft van zijn te verwachten levensduur al overschreden had, protesteerde op de hem bekende wijze. Spieren en gewrichten gedroegen zich alsof ze niet gesmeerd waren, en piepten en kraakten zo dat het net genoeg pijn deed om lastig te zijn, maar niet genoeg om te denken dat er echt iets mis is.
Hij vulde de machine met water en koffie, wel wetende dat de koffie hem niet wakker zou maken. Het enig wat daartoe in staat was, was de douche. Zijn lichaam was er waarschijnlijk zo op geconditioneerd dat de echte dag pas begint na de douche, dat het daarvoor eigenwijs in een soort zombie-toestand bleef verkeren. Toch smaakte de koffie.
Wordt vervolgd.
---//---
Dat is moelijker dan bloggen, das sage ich dir.
---//---
Hij was al wakker, maar hij kon nog niet opstaan. Vandaag hoefde hij niet te werken, en alles wat hij eventueel zou kunnen doen op deze vrije dag kon ook nog later gedaan worden. Hij bevond zich nog half in de verlamming die hij soms voelde in zijn slaap, en de wil om die te doorbreken was nog niet sterk genoeg.
Zijn gedachten zwierven doelloos in het rond. De scenes van de vorige dag doken ongevraagd op in zijn hoofd, gemengd met flarden van dromen en zinlose gedachtensprongen.
Waarom had hij zijn zelfbeheersing verloren bij de ruzie van gisteren? Had hij niet een betere oplossing kunnen bedenken, een opmerking kunnen verzinnen die de situatie met een sisser had doen aflopen? Verschillende mogelijkheden doemden op, maar geen enkele was tevredenstellend. Vaak schiet je achteraf het reddende idee te binnen, maar deze keer niet. Er scheen geen oplossing voor te bestaan, anders dan af te druipen of halsstarig te zijn.
De gedachte aan koffie monterde hem enigszins op. Hij zwaaide zijn benen uit bed en stond voorzichtig op. Zijn lichaam, dat de helft van zijn te verwachten levensduur al overschreden had, protesteerde op de hem bekende wijze. Spieren en gewrichten gedroegen zich alsof ze niet gesmeerd waren, en piepten en kraakten zo dat het net genoeg pijn deed om lastig te zijn, maar niet genoeg om te denken dat er echt iets mis is.
Hij vulde de machine met water en koffie, wel wetende dat de koffie hem niet wakker zou maken. Het enig wat daartoe in staat was, was de douche. Zijn lichaam was er waarschijnlijk zo op geconditioneerd dat de echte dag pas begint na de douche, dat het daarvoor eigenwijs in een soort zombie-toestand bleef verkeren. Toch smaakte de koffie.
Wordt vervolgd.
---//---
Dat is moelijker dan bloggen, das sage ich dir.
Abonneren op:
Reacties (Atom)