26 februari 2014

De kunst van het soaren



Met een paraglider (vliegscherm, parapente) kun je "soaren". Soaren ist naast thermiek-vliegen een mogelijkheid om langer in de lucht te blijven. In beide gevallen maak je gebruik van opstijgende lucht, ook wel stijgwind genaamd. We spreken van thermiek als de lucht opstijgt nadat zij is opgewarmd door de zon, en van soaren als de stijgwind ontstaat doordat de "gewone wind" door  een heuvel of een berg naar boven wordt geleid. In Nederland is dat regelmatig het geval aan de duinen, en zo zijn er een paar populaire soaring-plekken ontstaan, bijvoorbeeld in Zoutelande en Wijk aan Zee.

Zelf heb ik nog niet in Nederland gesoard, ik woon in Duitsland in daar is genoeg gelegenheid. Hier is er vaak een combinatie van "dynamische" stijgwind (de soaring-wind) en thermiek. Dat is maar goed ook, want zo heb je ook in het middengebergte nog goede kansen om de insteek in de thermiek te vinden. Om namelijk echt hoogte op te bouwen, bijvoorbeeld om afstanden te vliegen of maneouvres te vliegen, heb je thermiek nodig.

Ik heb zodoende genoeg ervaring opgebouwd om de nodige kneepjes te leren en een beetje uit de school te klappen met tips voor de beginnende soarer. Je wilt leren soaren? Zo gaat dat:
.

Om te beginnen is er bij het soaren normaalgesproken meer wind als bij het normale vliegen in het hooggebergte of aan de lier. Dat betekent dat je met meer wind om moet kunnen gaan. Het scherm is groot, en de krachten zijn niet te onderschatten. Het zeil van een surfplank is tussen de 4 en 10 m2, het scherm van een gemiddelde paraglider is 20-30 m2, en er zijn mensen die met een surfplank al door de lucht vliegen, dus pas op. De ervaring met meer wind (voor het soaren ongeveer 10 to 30 km/uur) kun je maar op een manier opbouwen: met groundhandling. Groundhandling is niets anders dan oefenen op een grasveld met je scherm om de verschillende starttechnieken en maneouvres onder de knie te krijgen. Het is absoluut noodzakelijk de zogenaamde "achteruit-start" bij wind tot 25-30 km/uur te beheersen zonder van de sokken getrokken te worden. Bij het oefenen zul je een paar keer struikelen en over het veld gesleept worden, maar dat hoort erbij.

Als je zover bent en je maakt de eerste vluchtjes, dan zul je merken dat de ervaren piloten veel langer in de lucht blijven, en in staat zijn om veel eleganter te landen. Hoe komt dat? Voordat ik daar op inga, eerst nog een paar basic rules bij het soaren:

Je vliegt altijd paralell aan de helling, steeds heen en weer van links naar rechts. Na de start draai je dus onmiddelijk weg naar links of naar rechts. Onderweg maak je de bochten ALTIJD WEG VAN DE HELLING. Dus als ik de helling rechts naast me heb en ik wil omkeren, dan draai ik naar links weg (nadat ik gegeken heb of er plek is!), en vice versa. Dat is verplicht, en de reden is dat je geen risico loopt om tegen de helling aan te knallen. Als je naar de helling toe vliegt, dan heb je namelijk ook nog wind mee, zodat de bocht veel ruimer wordt.

Je vliegt vaak met meerdere personen, soms is de ruimte erg krap, daarom is het belangrijk om je aan de voorrangsregels te houden. De algemene regel, altijd naar rechts uit te wijken, betekent bij het soaren dat diegene die de helling links heeft, uitwijkt. De persoon die de helling rechts heeft, kan namelijk in die richting niet uitwijken.

En dan nu de fijnere kneepjes:

Hoe dicht vlieg ik bij de helling? Te dicht is riskant. Bij ons in Duitsland zijn er vaak struiken en bomen waar je in terecht kunt komen. Aan de Nederlandse duinen is het minder gevaarlijk voor je zelf, als wel voor de duinen. De duinen zijn beschermd gebied en je mag er niet landen. Te ver van de helling wegvliegen is ook niet goed, want daar verdwijnt het effect van de stijgende wind. Je zult dus de optimale positie moeten zoeken. Dat is de afstand waarbij je precies de hoogte kunt houden bij het vliegen, dus zonder te stijgen of te dalen. Dit is afhankelijk van de windkracht: bij sterkere wind kun je verder van de helling weg vliegen (zowel naar voren als naar boven), omdat de "band" van de stijgwind breder is. Als je het heel precies neemt moet je eigenlijk een beetje stijgen, omdat je namelijk in de bochten hoogte verliest, en die moet gecompenseerd worden.

Dat brengt ons bij de bochten. Wanneer maak je een bocht? "Als je aan het einde van de helling bent", is de eerste reactie. Dat is vaak te laat. Bij het vliegen is het vaak zo dat de wind niet constant is (aan het strand valt dat nog mee), en dat er tussendoor steeds weer thermische effecten optreden. Dat betekent dat je nooit op constant gelijkblijvende hoogte vliegt, maar dat er altijd stijgende en dalen fases zijn. Welnu, de bocht maak je altijd IN EEN STIJGENDE FASE. Op die manier verlies je geen hoogte door het draaien, en als je de bocht mooi vlak en langzaam vliegt, met betrekkelijk ver doorgetrokken remmen, dan kun je zelfs hoogte maken in de bocht. De ver doorgetrokken remmen hebben bovendien het voordeel dat je een langzame krappe bocht vliegt waardoor je dicht bij de helling blijft, in de stijgwind. Na de bocht is het ideaal als je weer naar de helling toevliegt en dan als het ware schuin over de helling weer naar boven kruipt. Als je een dynamische bocht maakt, met veel gewicht en remmen aan een kant, dan maak je weliswaar ook een snelle draai, maar je verliest ook veel hoogte. Dat kun je doen als je genoeg hoogte hebt, maar niet als je om elke meter hoogte moet vechten. Het ziet er natuurlijk beter uit.

Bij constante wind kun je redelijke precies vliegen en zo kun je de bochtjes zo uitkienen dat je vlak over de bodem scheert. Persoonlijk vind ik dat een van de mooie dingen van het soaren.

De landing.

Het makkelijkste is om op het strand te landen. Daar de duinen niet zo hoog zijn, is dat niet zo bezwaarlijk; in vijf minuten sta je weer boven. Als de weg naar boven niet zo eenvoudig is, dan zul je willen "toplanden". Goed toplanden is een kunst. Je moet weten waar je het kunt doen en hoe.
De strandlanding kan overigens ook tricky zijn. Een vliegcollega van mij had een vervelende inklapper en landde op zijn rug bij een strandlanding in Portugal, met twee weken rugpijn tot gevolg. Dat kwam omdat hij probeerde tegen de wind in te landen, in alle andere gevallen de juiste richting, maar boven het strand vlieg je dan richting zee. Toen hij merkte dat hij dreigde in het water te landen, trok hij de remmen te ver door en veroorzaakte zo een full stall (komplete inklapper waarna het scherm vele meters naar beneden valt voordat het weer opengaat) op een hoogte van 2-3 meter. Gevolg: het scherm staat abrupt stil, de piloot pendelt naar voren en weer terug en in de terugpendelende beweging landde hij met zijn rug op de grond. Opgepast dus! Als het strand breed genoeg is kun je tegen de wind in landen, en anders moet je parallel aan de waterlijn landen, met zijwind. Zonder tegenwind heb je een snelheid van 35 km/uur, maar ook hier zorgt het zachte strandzand ervoor dat er niet veel kan gebeuren.

De toplanding. Toplanden doe je bovenaan de helling. Soms heb je boven op de heuvel een groot vlak veld, dat de schijn biedt een comfortabele ruime landingsplaats te zijn. Het gevaar dat hier loert zijn de turbulenties (lij-zijde van de berg), die ontstaan achter de kam doordat de wind erover heen blaast. Waar de turbulenties precies beginnen en weer ophouden is alleen door (pijnlijke) ervaring uit te vinden, hier kunnen de locals vaak waardevolle informatie geven. In het algemeen is het zo dat er direkt aan de top van de helling nog geen turbulenties zijn. Dit gebied kan zeer klein zijn (in Portugal aan de stijle kust waar de kam een 90-graden hoek maakte, begint twee meter achter de rand al het lij-gebied), de grootte van het gebied is afhankelijk van de vorm van de kam (glooiender is beter), en van de windkracht (zwakker is beter). In dit gebied kun je landen. Alternatief kun je zo ver naar achteren vliegen dat je aan het lij-gebied voorbij bent, ook daar is het veilig. Als je in de turbulente lucht landt, dan zijn de gevolgen onvoorspelbaar. Vaak gaat het goed, vaak gebeuren er ernstige ongelukken. Je kunt laag boven de grond inklappers krijgen en met grote snelheid op de grond terecht komen: niet leuk.
De toplanding zelf is moeilijk omdat je geen ruimte hebt voor een rechte aanvlieg-route. Het gebied om te landen is meestal klein, zoals we hierboven hebben gezien. Je wilt eigenlijk tegen de wind in landen, maar om dat te doen moet je door het turbulente lij-gebied vliegen. Wat je doet is het volgende: je vliegt zijdelings aan, parallel aan de helling, en maakt op het laatste moment, kort voor de landing, een 90-graden bocht tegen de wind in. Als je de snelheid en de hoogte goed hebt ingeschat, sta je nu aan de grond. Als je te hoog bent, probeer dan niet de landing te forceren door hard te remmen, maar vlieg weg van de helling en probeer het opnieuw, net zolang tot het lukt.
Alternatief kun je ook parallel aan de kam landen, dus zonder tegen de wind in te draaien, maar dan heb je een groter gebied nodig en de snelheid is hoger.


Zelf heb ik deze tips moeizaam daar schade en schande geleerd, en ik hoop dat er iemand iets aan heeft. Veel plezier bij het soaren, en goede landing gewenst.

In de Paasvakantie ben ik in Zeeland en als het weer meezit zal ik Zoutelande uitproberen. Misschien tot ziens!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen